Start Learning Dutch in the next 30 Seconds with
a Free Lifetime Account

Or sign up using Facebook
Word Image
Buildings
17 words
Word Image
Buildings
17 words
appartement
neutral
(n)
apartment
Ik heb een klein appartement in New York City.
I have a small apartment in New York City.
lift
masculine
(n)
elevator
Een lift gaat omhoog en een lift gaat omlaag.
One elevator is going up, and one elevator is going down.
muur
masculine
(n)
wall
stenen muur
brick wall
toren
masculine
(n)
tower
klokkentoren
clock tower
gebouw
neutral
(n)
building
medisch gebouw
medical building
studentenhuis
neutral
(n)
dormitory
kamer in een studentenhuis
dormitory room
huis
neutral
(n)
house
Waar is het huis?
Where is the house?
huren
(v)
rent
een huis huren
rent a house
opziener
masculine
(n)
superintendent
drukke opziener
busy superintendent
wolkenkrabber
masculine
(n)
skyscraper
Wolkenkrabbers die zij en zij staan.
Skyscrapers standing side-by-side.
roltrap
masculine
(n)
escalator
bewegende roltrap
moving escalator
kantoor
neutral
(n)
office
De mensen werken op het kantoor.
The people are working at the office.
verdieping
feminine
(n)
floor
tweede verdieping
second floor
branduitgang
neutral
(n)
fire escape
Het appartementengebouw moet een branduitgang hebben.
The apartment building has to have a fire escape.
huisbaas
masculine
(n)
landlord
De huisbaas van mijn broer accepteert geen check.
My brother's landlord will not accept a check.
tuin
neutral
(n)
garden
Ik wil een huis met een tuin kopen.
I want to buy a house with a garden.
tuin
masculine
(n)
yard
Er bevindt zich een bloemrijke struik in mijn voortuin.
There is a flowering bush in my front yard.
0 Comments
Top