Start Learning Dutch in the next 30 Seconds with
a Free Lifetime Account

Or sign up using Facebook
Word Image
Planes, Trains, and Automobiles: Forms of Transportation
25 words
Word Image
Planes, Trains, and Automobiles: Forms of Transportation
25 words
metro
masculine
(n)
subway
Ik neem de ondergrondse naar het kantoor.
I take the subway to the office.
trein
masculine
(n)
train
De mensen pendelen met de trein.
The people are commuting by train.
vliegtuig
neutral
(n)
airplane
Het vliegtuig vliegt in de lucht.
The airplane is flying in the sky.
bus
masculine
(n)
bus
De bus staat geparkeerd in de straat.
The bus is parked on the street.
taxi
masculine
(n)
taxi
een taxi nemen
take a taxi
fiets
feminine
(n)
bicycle
fietsband
bicycle tire
monorail
feminine
(n)
monorail
monorail op een monorailbaan
monorail on a monorail track
auto
masculine
(n)
car
De hond gaat de auto in.
The dog is getting in the car.
motorfiets
masculine
(n)
motorcycle
motorfietsongeluk
motorcycle accident
scooter
masculine
(n)
scooter
In Griekenland huurden we scooters en reden door het dorp.
In Greece, we rented scooters and drove around town.
veerboot
feminine
(n)
ferry
boot
masculine
(n)
boat
zwartwitte boot
black and white boat
helicopter
masculine
(n)
helicopter
blauw-witte helicopter
blue and white helicopter
truck
masculine
(n)
truck
truck rijdt op de snelweg
truck driving on a highway
bromfiets
masculine
(n)
moped
Ik ga altijd met de bromfiets naar het station.
I always go to the station by moped.
bestelwagen
masculine
(n)
van
skateboard
neutral
(n)
skateboard
spaceshuttle
masculine
(n)
space shuttle
inline skates
(p)
inline skates
onderzeeรซr
masculine
(n)
submarine
jacht
neutral
(n)
yacht
tram
masculine
(n)
streetcar
wandelen
neutral
(n)
walking
SUV
masculine
(n)
SUV
katamaran
masculine
(n)
catamaran
0 Comments
Top