Vocabulary (Review)

Learn New Words FAST with this Lesson’s Vocab Review List

Get this lesson’s key vocab, their translations and pronunciations. Sign up for your Free Lifetime Account Now and get 7 Days of Premium Access including this feature.

Or sign up using Facebook
Already a Member?

Lesson Notes

Unlock In-Depth Explanations & Exclusive Takeaways with Printable Lesson Notes

Unlock Lesson Notes and Transcripts for every single lesson. Sign Up for a Free Lifetime Account and Get 7 Days of Premium Access.

Or sign up using Facebook
Already a Member?

Lesson Transcript

In this video, you'll learn 20 of the most common words and phrases in Dutch.
Hi everybody, my name is Thomas.
Welcome to The 800 Core Dutch Words and Phrases video series!
This series will teach you the eight hundred most common words and phrases in Dutch.
Ok! Let's get started! First is…
1.
(NORMAL SPEED)
stropdas
(NORMAL SPEED)
"necktie"
(NORMAL SPEED)
stropdas
(SLOW)
das
(NORMAL SPEED)
"necktie"
(NORMAL SPEED)
Als je je stropdas niet fatsoenlijk knoopt, zie je er uit als een slons.
(NORMAL SPEED)
"If you don't tie your necktie properly, you will look like a slob."
(SLOW)
Als je je stropdas niet fatsoenlijk knoopt, zie je er uit als een slons.
2.
(NORMAL SPEED)
pak
(NORMAL SPEED)
"suit"
(NORMAL SPEED)
pak
(SLOW)
pak
(NORMAL SPEED)
"suit"
(NORMAL SPEED)
Behalve de baas draagt iedereen op kantoor een pak.
(NORMAL SPEED)
"Everyone at the office wears a suit, except the boss."
(SLOW)
Behalve de baas draagt iedereen op kantoor een pak.
3.
(NORMAL SPEED)
sneaker
(NORMAL SPEED)
"sneaker"
(NORMAL SPEED)
sneaker
(SLOW)
sneaker
(NORMAL SPEED)
"sneaker"
(NORMAL SPEED)
De sneakers zijn rood, wit, grijs en met witte veters en zwarte zolen.
(NORMAL SPEED)
"The sneakers are red, white, and gray with white laces and black soles."
(SLOW)
De sneakers zijn rood, wit, grijs en met witte veters en zwarte zolen.
4.
(NORMAL SPEED)
eenentwintig
(NORMAL SPEED)
"twenty-one"
(NORMAL SPEED)
eenentwintig
(SLOW)
eenentwintig
(NORMAL SPEED)
"twenty-one"
(NORMAL SPEED)
Het gebouw heeft eenentwintig verdiepingen.
(NORMAL SPEED)
"The building has twenty-one stories."
(SLOW)
Het gebouw heeft eenentwintig verdiepingen.
5.
(NORMAL SPEED)
tweeëntwintig
(NORMAL SPEED)
"twenty-two"
(NORMAL SPEED)
tweeëntwintig
(SLOW)
tweeëntwintig
(NORMAL SPEED)
"twenty-two"
(NORMAL SPEED)
Haar favoriete nummer is tweeëntwintig.
(NORMAL SPEED)
"Twenty-two is her favorite number."
(SLOW)
Haar favoriete nummer is tweeëntwintig.
6.
(NORMAL SPEED)
drieëndertig
(NORMAL SPEED)
"thirty-three"
(NORMAL SPEED)
drieëndertig
(SLOW)
drieëndertig
(NORMAL SPEED)
"thirty-three"
(NORMAL SPEED)
Dit boek heeft drieëndertig paginas.
(NORMAL SPEED)
"This book has thirty-three pages."
(SLOW)
Dit boek heeft drieëndertig paginas.
7.
(NORMAL SPEED)
vierenveertig
(NORMAL SPEED)
"forty-four"
(NORMAL SPEED)
vierenveertig
(SLOW)
vierenveertig
(NORMAL SPEED)
"forty-four"
(NORMAL SPEED)
Ik heb dit jaar vierenveertig examens.
(NORMAL SPEED)
"I'll have forty-four exams this year."
(SLOW)
Ik heb dit jaar vierenveertig examens.
8.
(NORMAL SPEED)
vijfenvijftig
(NORMAL SPEED)
"fifty-five"
(NORMAL SPEED)
vijfenvijftig
(SLOW)
vijfenvijftig
(NORMAL SPEED)
"fifty-five"
(NORMAL SPEED)
Vijfenvijftig centimeter is gelijk aan eenentwintig komma vijfenzestig inches.
(NORMAL SPEED)
"Fifty five centimeters is equal to 21.65 inches."
(SLOW)
Vijfenvijftig centimeter is gelijk aan eenentwintig komma vijfenzestig inches.
9.
(NORMAL SPEED)
student
(NORMAL SPEED)
"student"
(NORMAL SPEED)
student
(SLOW)
student
(NORMAL SPEED)
"student"
(NORMAL SPEED)
Ze is een studente aan de universiteit.
(NORMAL SPEED)
"She is a university student."
(SLOW)
Ze is een studente aan de universiteit.
10.
(NORMAL SPEED)
kijken
(NORMAL SPEED)
"watch"
(NORMAL SPEED)
kijken
(SLOW)
kijken
(NORMAL SPEED)
"watch"
(NORMAL SPEED)
De toeristen kijken naar de zonsondergang.
(NORMAL SPEED)
"The tourists watch the sunset."
(SLOW)
De toeristen kijken naar de zonsondergang.
11.
(NORMAL SPEED)
klaslokaal
(NORMAL SPEED)
"classroom"
(NORMAL SPEED)
klaslokaal
(SLOW)
klaslokaal
(NORMAL SPEED)
"classroom"
(NORMAL SPEED)
Je vindt ze tegenover het klaslokaal.
(NORMAL SPEED)
"You will find them across from the classroom."
(SLOW)
Je vindt ze tegenover het klaslokaal.
12.
(NORMAL SPEED)
school
(NORMAL SPEED)
"school"
(NORMAL SPEED)
school
(SLOW)
school
(NORMAL SPEED)
"school"
(NORMAL SPEED)
Ik ben op weg naar school.
(NORMAL SPEED)
"I'm on my way to school."
(SLOW)
Ik ben op weg naar school.
13.
(NORMAL SPEED)
schoolstoel
(NORMAL SPEED)
"school chair"
(NORMAL SPEED)
schoolstoel
(SLOW)
schoolstoel
(NORMAL SPEED)
"school chair"
(NORMAL SPEED)
Ik kocht een kussen voor mijn schoolstoel.
(NORMAL SPEED)
"I bought a cushion for my school chair."
(SLOW)
Ik kocht een kussen voor mijn schoolstoel.
14.
(NORMAL SPEED)
schoolbureau
(NORMAL SPEED)
"school desk"
(NORMAL SPEED)
schoolbureau
(SLOW)
schoolbureau
(NORMAL SPEED)
"school desk"
(NORMAL SPEED)
De stoel zit vast aan het schoolbureau.
(NORMAL SPEED)
"The chair is attached to the school desk."
(SLOW)
De stoel zit vast aan het schoolbureau.
15.
(NORMAL SPEED)
surfen op het internet
(NORMAL SPEED)
"surf the internet"
(NORMAL SPEED)
surfen op het internet
(SLOW)
surfen op het internet
(NORMAL SPEED)
"surf the internet"
(NORMAL SPEED)
Elke avond voor ik ga slapen surf ik op het internet.
(NORMAL SPEED)
"I surf the internet every night before bed."
(SLOW)
Elke avond voor ik ga slapen surf ik op het internet.
16.
(NORMAL SPEED)
noorden
(NORMAL SPEED)
"north"
(NORMAL SPEED)
noorden
(SLOW)
noorden
(NORMAL SPEED)
"north"
(NORMAL SPEED)
Een kompas wijst altijd naar het noorden.
(NORMAL SPEED)
"A compass always points north."
(SLOW)
Een kompas wijst altijd naar het noorden.
17.
(NORMAL SPEED)
terugbrengen
(NORMAL SPEED)
"return"
(NORMAL SPEED)
terugbrengen
(SLOW)
terugbrengen
(NORMAL SPEED)
"return"
(NORMAL SPEED)
Wanneer moet ik het terugbrengen?
(NORMAL SPEED)
"When must I return it?"
(SLOW)
Wanneer moet ik het terugbrengen?
18.
(NORMAL SPEED)
een bad nemen
(NORMAL SPEED)
"bathe"
(NORMAL SPEED)
een bad nemen
(SLOW)
een bad nemen
(NORMAL SPEED)
"bathe"
(NORMAL SPEED)
's Avonds gelijk na het werk neem ik graag een bad.
(NORMAL SPEED)
"I like to bathe in the evening just after work."
(SLOW)
's Avonds gelijk na het werk neem ik graag een bad.
19.
(NORMAL SPEED)
slapen
(NORMAL SPEED)
"sleep"
(NORMAL SPEED)
slapen
(SLOW)
slapen
(NORMAL SPEED)
"sleep"
(NORMAL SPEED)
Je moet tenminste acht uur per nacht slapen
(NORMAL SPEED)
"You should sleep at least eight hours every night."
(SLOW)
Je moet tenminste acht uur per nacht slapen
20.
(NORMAL SPEED)
zuiden
(NORMAL SPEED)
"south"
(NORMAL SPEED)
zuiden
(SLOW)
zuiden
(NORMAL SPEED)
"south"
(NORMAL SPEED)
Carnaval wordt gevierd in het zuiden van Nederland.
(NORMAL SPEED)
"Carnaval is celebrated in the south of the Netherlands."
(SLOW)
Carnaval wordt gevierd in het zuiden van Nederland.
Well done! In this lesson, you expanded your vocabulary and learned 20 new useful words.
See you next time!
Tot ziens.

Comments

Hide