Start Learning Dutch in the next 30 Seconds with
a Free Lifetime Account

Or sign up using Facebook
Word Image
At the Gym
46 words
Word Image
At the Gym
46 words
trekken
(v)
pull
De echtgenoot trok de slee.
The husband pulled the sled.
handdoek
masculine
(n)
towel
Deze handdoek is te klein voor mij.
This towel is too small for me.
hurken
(v)
squat
De man is aan het hurken.
The man is squatting.
gymnastiekzaal
feminine
(n)
gym
gymnastiekzaal van school
school gym
licht
(a)
light
Rugzaken zouden licht en makkelijk om te dragen moeten zijn.
Back packs should be light and easy to carry.
zwaar
(a)
heavy
zware materialen
heavy materials
rennen
(v)
run
De vrouw rent over het strand.
The woman is running on the beach.
springen
(v)
jump
De dolfijn springt uit het water.
The dolphin jumps out of the water.
schouder
masculine
(n)
shoulder
blote schouder
bare shoulder
duwen
(v)
push
een auto duwen
push a car
spier
masculine
(n)
muscle
Ik heb last van spierpijn.
My muscles are sore.
zweten
(v)
sweat
hevig zweten
sweating heavily
zwembad
neutral
(n)
pool
De badmeester houdt het bad in de gaten.
The lifeguard is watching the pool.
rug
masculine
(n)
back
Mijn rug doet pijn.
My back hurts.
kluis
masculine
(n)
locker
trainen
(v)
exercise
De vrouw is op de vloer aan het trainen.
The woman is exercising on the floor.
borst
feminine
(n)
chest
Ik heb pijn in mijn borst.
I have chest pain.
gewichten
masculine
(n)
weights
Is het zwembad vandaag open?
(s)
Is the pool open today?
Mag ik dit gebruiken?
(s)
Can I use this?
Ben je klaar?
(s)
Are you finished?
dumbbell
masculine
(n)
dumbbell
stretchen
(v)
stretch
joggen
(v)
jog
supplement
neutral
(n)
supplement
0 Comments
Top