Start Learning Dutch in the next 30 Seconds with
a Free Lifetime Account

Or sign up using Facebook
Word Image
Clothing Related Actions
13 words
Word Image
Clothing Related Actions
13 words
modieus, knap
(p)
look good
aantrekken
(v)
put on
Het meisje is een jas aan het aantrekken.
The girl is putting on the coat.
vloeken
(e)
clash
Als je dat shirt draagt zal het vloeken met de broek die je hebt gekocht.
If you wear that shirt it will clash with the pants you bought.
kleding wassen
(p)
wash clothes
De vrouw wast de kleding in de wasmachine.
The woman is washing clothes in the washing machine.
naaien
(v)
sew
De persoon is aan het naaien.
The person is sewing.
verstellen
(v)
mend
De persoon is de stof aan het verstellen.
The person is mending the cloth.
breien
(v)
knit
een muts breien
knit a hat
bijpassen
(v)
go with
uittrekken
(v)
take off
De advocaat trekt zijn kleding uit.
The lawyer is taking off his clothes.
passen
(v)
try on
De man past een pak aan.
The man is trying on the suit.
kleding passen
(p)
fit a garment
verven
(v)
dye
zijn haar verven
dye one's hair
opdoen
(v)
put on
0 Comments
Top