Start Learning Dutch in the next 30 Seconds with
a Free Lifetime Account

Or sign up using Facebook
Word Image
Daily Life Related Actions
22 words
Word Image
Daily Life Related Actions
22 words
rusten
(v)
rest
De man is aan het rusten in de hangmat.
The man is resting in the hammock.
dromen
(v)
dream
Vanacht droomde ik dat ik kon vliegen.
Last night I dreamed that I could fly.
koken
(v)
cook
De chef is aan het koken in de keuken,
The chef is cooking in the kitchen.
een computer gebruiken
(p)
use a computer
terugkeren
(v)
return
De vader keert terug naar huis.
The father returns home.
huishoudelijk werk doen
(p)
do housework
Mijn zus moet een klein beetje huishoudelijk werk doen.
My sister needs to do a little housework.
baden
(v)
bathe
De broers zijn aan het baden in de badkuip.
The brothers are bathing in the bathtub.
de krant lezen
(p)
read the paper
slapen
(v)
sleep
Je moet tenminste acht uur per nacht slapen
You should sleep at least eight hours every night.
wakker worden
(v)
wake up
De jongen wordt in de ochtend wakker.
The boy wakes up in the morning.
er op uitgaan
(p)
go out
Ik ben van plan er in de namiddag op uit te gaan.
I plan to go out in the afternoon today.
eten
(v)
eat
De jongen is een hotdog aan het eten.
The boy is eating a hot dog.
winkelen
neutral
(n)
shopping
douchen
(v)
shower
De man is in de ochtend aan het douchen.
The man is showering in the morning.
winkelen
(v)
shop
winkelen in een winkel
shop at a shop
werken
(v)
work
Sommige programmeurs werken vanuit huis zodat ze niet naar het werk hoeven.
Some programmers work from home, so they don't have to commute to work.
e-mail bekijken
(p)
check e-mail
e-mail bekijken op een handheld computer.
check e-mail on a mobile device
opstaan
(v)
get up
gezicht wassen
(p)
wash one's face
Ik was mijn gezicht elke dag zodat ik geen puistjes krijg.
I wash my face everyday so I don't break out.
de tanden poetsen
(p)
brush one's teeth
lees een krant
(p)
read a newspaper
een droom hebben
(p)
have a dream
0 Comments
Top