Start Learning Dutch in the next 30 Seconds with
a Free Lifetime Account

Or sign up using Facebook
Word Image
Talking about Days in Dutch
13 words
Word Image
Talking about Days in Dutch
13 words
maandag
masculine
(n)
Monday
Maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag zijn werkdagen.
Monday, Tuesday, Wednesday, Thursday and Friday are weekdays.
dinsdag
masculine
(n)
Tuesday
Maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag zijn werkdagen.
Monday, Tuesday, Wednesday, Thursday and Friday are weekdays.
woensdag
masculine
(n)
Wednesday
Morgen is het woensdag en de dag erna is het donderdag.
Tomorrow is Wednesday, and the day after tomorrow is Thursday.
donderdag
masculine
(n)
Thursday
Morgen is het woensdag en de dag erna is het donderdag.
Tomorrow is Wednesday, and the day after tomorrow is Thursday.
vrijdag
masculine
(n)
Friday
Schrijf de plannen voor vrijdag op de kalender.
Write the plans for Friday on the calendar.
zaterdag
masculine
(n)
Saturday
Vandaag is het zaterdag tien september.
Today is Saturday, September 10th.
zondag
masculine
(n)
Sunday
zondag de zeventiende
Sunday the seventeenth
week
feminine
(n)
week
Er zitten zeven dagen in een week.
There are seven days in a week.
de dag voor gisteren
(p)
the day before yesterday
gisteren
(a)
yesterday
Ik heb gister een vrije dag genomen.
I took a day off yesterday.
vandaag
(a)
today
vandaag om kwart over zes (6:15)
today at 6:15
morgen
masculine
(n)
tomorrow
morgen om tien over tien (10:10)
tomorrow at 10:10
de dag na morgen
(p)
the day after tomorrow
0 Comments
Top