Start Learning Dutch in the next 30 Seconds with
a Free Lifetime Account

Or sign up using Facebook
Word Image
Talking about Time in Dutch
23 words
Word Image
Talking about Time in Dutch
23 words
ochtend
masculine
(n)
morning
ochtendmist
morning fog
avond
masculine
(n)
evening
avond in de stad
evening in the city
dag
masculine
(n)
daytime
daguren
daytime hours
nachtelijk
(a)
nighttime
Het is al nacht.
It's already nighttime.
uur
neutral
(n)
hour
Ik slaap elke dag acht (8) uur.
I sleep for 8 hours every day.
minuut
masculine
(n)
minute
Er zitten zestig seconden in een minuut.
There are sixty seconds in a minute.
uur
neutral
(n)
o'clock
een half uur na
(p)
half past
een half uur na negen
half past nine
'sochtends
(p)
AM
zes uur 's ochtends
6 o'clock a.m.
`s avonds
(p)
PM
om elf (11) uur 's avonds
at 11 p.m.
Hoe laat is het nu?
(e)
What time is it now?
ÊÊn uur
(p)
one o'clock
twee uur
(p)
two o'clock
drie uur
(p)
three o'clock
vier uur
(p)
four o'clock
vijf uur
(p)
five o'clock
zes uur
(p)
six o'clock
zeven uur
(p)
seven o'clock
acht uur
(p)
eight o'clock
negen uur
(p)
nine o'clock
tien uur
(p)
ten o'clock
elf uur
(p)
eleven o'clock
twaalf uur
(p)
twelve o'clock
0 Comments
Top