Start Learning Dutch in the next 30 Seconds with
a Free Lifetime Account

Or sign up using Facebook
Word Image
Useful Phrases For a Phone Call
21 words
Word Image
Useful Phrases For a Phone Call
21 words
Wat is je telefoonnummer?
(e)
What's your phone number?
Ik zou je graag willen bellen. Wat is je telefoonnummer?
I would like to call you. What's your phone number?
Hallo!
(s)
Hello!
Ik zal je bellen.
(s)
I'll call you.
Met wie spreek ik?
(s)
Who is this, please?
Een momentje alstublieft.
(s)
Please wait for a moment.
Belt u later alstublieft terug.
(s)
Please call again later.
Sorry, dit is een verkeerd nummer.
(s)
Sorry, wrong number.
Ik kan je niet goed horen.
(s)
I cannot hear you clearly.
Blijft u alstublieft aan de lijn.
(s)
Hold the line, please.
Het nummer is in gesprek.
(s)
The line is busy.
De verbinding is verbroken.
(s)
The line is disconnected.
De telefoon gaat over.
(s)
The telephone is ringing.
Neem alstublieft de telefoon op.
(s)
Please answer the phone.
Ik zal je terugbellen.
(s)
I will call you back.
Zou u dit nummer kunnen bellen?
(s)
Could you call this number?
Mijn nummer is 556688.
(s)
My number is 556688.
We hebben een telefoongesprek gevoerd.
(s)
We talked on the phone.
Ja, zeg het maar.
(s)
Yes, go ahead.
Wilt u misschien een bericht achterlaten?
(s)
Would you like to leave a message?
Ik bel u later wel even terug.
(s)
I will call again later.
hallo?
(p)
Hello?
0 Comments
Top