Start Learning Dutch in the next 30 Seconds with
a Free Lifetime Account

Or sign up using Facebook
Word Image
Winter
15 words
Word Image
Winter
15 words
feestdag
feminine
(n)
holiday
versiering voor een feestdag
holiday decorations
ijs
neutral
(n)
ice
Geen ijs alstublieft.
No ice, please.
vakantie
feminine
(n)
vacation
Het is noodzakelijk om tijdens mijn zomervakantie een baan te vinden.
It is necessary to find a job during my summer vacation.
winter
masculine
(n)
winter
koude winterdag
cold winter day
schaatsen
neutral
(n)
ice skating
buiten schaatsen
ice skating outdoors
skiรซn
neutral
(n)
skiing
De skiรซr is aan het skiรซn.
The skier is skiing.
sneeuw
feminine
(n)
snow
De sneeuw heeft alles bedekt,
The snow has covered everything.
bevriezen
(v)
freeze
Het water bevroor op het glas.
The water froze on the glass.
jas
feminine
(n)
coat
winterjas
winter coat
sjaal
feminine
(n)
scarf
Morgen wordt het koud en winderig dus draag een sjaal.
Tomorrow will be cold and windy, so wear a scarf.
handschoen
masculine
(n)
glove
trui
feminine
(n)
sweater
De vrouw draagt een zwarte trui.
The woman is wearing a black sweater.
koel
(a)
cool
koele dag
cool day
december
masculine
(n)
December
Vrijdag, achttien december
Friday, December 8th
kou
(a)
cold
Doe een jas aan want het is koud buiten.
Put on your jacket, because it's cold outside.
0 Comments
Top